Tuesday, May 29, 2012

Noordelijk Pinksterkamp


Marie is vanaf zaterdag op Pinksterkamp met de scouting .Elian zit ook op scouting en zou ook op kamp, maar wegens een leidingtekort bij hun groep Bevers (de jongste kinderen van de scouting) kon dat dit jaar niet. De scouts kamperen op een militair terrein bij Lauwersoog, waar hun gezinnen op Tweede Pinksterdag mogen komen kijken. Tussen één en vijf uur ’s middags zijn ze welkom. We bezoeken Marie met ons vieren. Ze is nog niet eerder zo lang van huis geweest en we hebben geen contact gehad met de leiding, dus we zijn reuze benieuwd hoe het gaat. Ze zal zelf ook wel staan te popelen om te vertellen wat ze allemaal gedaan heeft, dus we willen er op mikken om er om één uur te zijn. We zijn echter wat traag, en het verkeer heeft een echt Pinksterverkeerstempo.
Als we de auto parkeren moeten we nog een stuk lopen. Elian houdt mijn hand stevig vast. Het kampeerterrein blijkt immens groot. Het deel dat alleen maar voor de Welpen (de groepen met kinderen van zeven tot elf jaar) van de drie noordelijke provinciën is, beslaat volgens mij al een paar voetbalvelden. Er staan heel veel tenten, in clusters bij elkaar, maar met zoveel ruimte tussen de tenten en clusters dat je geen haringen in een tonnetje-gevoel krijgt. Maries groep zit helemaal links achterin, waar we rond half twee aankomen.
Marie begroet ons met de woorden: ‘Zijn jullie er nu al?’
Wel krijgen we allemaal een kus en dan wil ze weten of we ook zonnebrandcrème mee hebben, want ze is die van haar kwijt … Terwijl we allemaal zonnebrandcrème opsmeren, proberen we informatie uit Marie te krijgen, want ze gedraagt zich alsof ze hier al weken rondloopt, maar vertelt ons niet zo veel.
Dan worden de kinderen van Maries groep geroepen.
‘We gaan nu iets doen, we gaan best lawaai maken, dus misschien moet jij hier blijven?’ zegt ze tegen Elian.
De vier (geloof ik) groepen van haar “cluster” gaan in een vierkant zitten. In het midden staan twee sprookjesfiguren, twee leidinggevenden in de kleren van Alladin en Doornroosje. Het thema van het kamp is dit jaar sprookjes, elke groep heeft een mooie ingang gemaakt naar zijn tenten toe, elke groep heeft leidinggevenden die zich verkleden, er is een heel verhaal verzonnen en de kinderen moeten het hele kamp spelletjes doen om mysteries van het verhaal te ontrafelen. Alladin en Doornroosje herhalen een deel van het verhaal tot nu toe. Dan zingt elke groep zo hard mogelijk! Het is een behoorlijk lawaai, hoewel het vanwege de open ruimte nog meevalt. Elian zit een aantal meters achter de kinderen en alle ouders die toekijken, op schoot bij Martin, met zijn Elianblik: hij trekt met zijn neus, alsof hij moeite heeft om het te zien. Dat is al vanaf dat hij heel klein is zijn blik als hij dingen spannend vindt en/of niet zo goed begrijpt. Ik neem overal foto’s van.
Er krijgt ook een groep een prijs voor de beste poort. Die van Maries groep is geweldig, een heel bouwwerk van grote balken, waar netten overheen gehangen zijn, zodat het een echt klimparadijs is voor de kinderen. Toch wint haar groep niet, omdat de poort minder met het thema te maken heeft dan die van de buren.
Na het zingen en de prijsuitreiking moedigen we Elian aan om in de poort te klimmen, maar dat durft hij niet.
Niet veel later moet Marie weer ergens heen, naar “De bibliotheek”. We lopen allemaal mee, want we mogen kijken wat er gebeurt. Er staat een heel groot decor van een bibliotheek. Allemaal sprookjesfiguren lopen er rond en op de achtergrond ligt een echt sprookjesboek ter grootte van ongeveer een vierkante meter. Het decor is omsingeld met werkelijk alle welpen van het hele terrein, waar alle belangstellenden weer omheen staan. Eén vrouw heeft een microfoon, zij vertelt wat er zoal is gebeurd. Weer moeten alle kinderen zingen, nu wat voor groep ze zijn. Ze zijn namelijk allemaal onderverdeeld in kleuren. Hun leidinggevenden sporen ze steeds aan vooral nog veel harder te schreeuwen!
Ik sta met Rowan direct achter de kinderen, zodat hij goed kan volgen wat er allemaal gebeurt. Hij vindt het erg leuk. Elian zit weer bij papa, vele meters van al die drukte verwijderd. Als het verhaal voorbij is en alle kinderen weer naar hun groep mogen, wil Martin het decor aan Elian laten zien. Ze lopen net die kant op, maar dan schalt er luide muziek door alle boxen die er staan. Verschrikt deinst Elian terug.
We gaan weer naar de tenten van Maries groep. Inmiddels wil Elian wel op de poort spelen. Hij vermaakt zich daar een hele poos, samen met Rowan. Martin houdt ze in de gaten en ik koop wat spulletjes met Marie. Ze weet de weg op het kamp heel goed, voelt zich duidelijk als een vis in het water.
Aan een leidinggevende vraag ik later of het bij de kampen van scouting altijd zo gaat. Het lawaai, veel groepen samen en de bijbehorende drukte schijnen vooral bij het Pinksterweekend te horen, tijdens het Zomerkamp zijn de kinderen vooral in hun eigen groep en doen soms activiteiten met bevriende groepen.
Tegen vijven, als we weggaan, zijn De Bibliotheek en het boek goed te zien. Verklede leidinggevenden zetten elkaar allemaal op de foto. Er is geen lawaai, dus willen we het Elian laten zien. 
Hij verzet zich: ‘Er staat een rups!’
‘Maar lieverd, dat is een verklede man,’ leg ik uit. ‘Kijk maar, hij heeft zijn hoofd niet eens op. Hij is net zoals de andere verklede mensen.’ Ik wil hem al meetrekken, maar hij steigert.
‘Ik wil niet naar die rups.’ Hij is duidelijk erg bang.
Dan laat ik het Rowan maar zien. Die vindt het prachtig en wil graag dat de bladzijden van het boek omgedraaid worden. Omdat ze er allemaal foto’s maken en ik niets stuk wil maken, doe ik dat maar niet.
Daarna gaan we naar huis. Ik ben blij dat Elian dit jaar niet naar het Pinksterkamp mocht. Afgaande op zijn gedrag vandaag, zal hij dat de komende jaren ook niet wíllen …

Monday, May 21, 2012

De stoomdagen


De Stoomdagen

“De Stoomdagen, 18 tot en met 20 mei, landgoed Nienoord” zie ik op 20 mei 2012 een bord staan.
‘O nee,’ roep ik uit, ‘het zijn nog steeds de Stoomdagen!’ 

Nienoord is een grote speeltuin waar wij elk jaar een abonnement voor kopen. Hij zit  in Leek, een plaatsje ruim een kwartier rijden bij ons vandaan, waar ik het bord lees. Ik had onthouden dat er verleden jaar tijdens Hemelvaart Stoomdagen waren. Die hielden in dat er op het terrein twee tenten stonden met allemaal dingen over treinen, dat er veel nog werkende stoomtreinen te zien waren en dat er ontzettend veel mensen waren. We waren toen gewoon vanwege ons abonnement heen gegaan, ons er niet van bewust dat het de Stoomdagen waren. In de speeltuin was natuurlijk alles anders en het was erg druk, maar met Elian ging het uitstekend. Hij vermaakte zich prima en speelde zelfs goed samen met Marie en Rowan. Echter, na thuiskomst was het een drama. Hij stuiterde alle kanten op, was niet echt aanspreekbaar en sliep uiteindelijk pas na elven. Daarom hadden we dit jaar bedacht om níet heen te gaan met de Stoomdagen, maar in het weekend erna. Alleen duren deze dagen dus langer dan ik dacht! Omdat we er nu toch al zijn, besluiten we maar heen te gaan.
Bij de kassa blijkt Martin onze abonnementen van verleden jaar meegenomen te hebben … Dit jaar heeft Nienoord voor het eerst een systeem waarbij ze met een webcam je foto nemen en jouw gezicht in beeld verschijnt op hun computer, als je je pasje door een gleuf haalt. Alleen de kinderen staan nog maar op de foto, want die zijn een keer met Elians begeleider geweest en de allereerste keer dat wij er waren was het zo druk dat er nog geen foto’s gemaakt werden. Dus zoekt het meisje achter de kassa op onze naam en vervolgens op ons adres. Ze kan ons niet vinden.
Het zal ons toch niet gebeuren dat we niet naar binnen kunnen, omdat Martin zo dom is geweest om kaarten waar overduidelijk onze pasfoto’s op zitten en waar ook 2011 op staat, heeft meegenomen? En als dat wel het geval is, komen we dan terug, wetende dat het de Stoomdagen zijn?
‘Kun je ook op geboortedata zoeken?’ vraag ik.
Dat kan ze, en nadat ze de juiste geboortedatum van Marie heeft gevonden ziet ze de foto van Marie. Ze zegt dat we allemaal naar binnen mogen.
Direct achter de kassa staan enkele stoommachines, bijna zo groot als een halve vrachtwagen. Er komt veel stoom uit en ze maken een enorm lawaai. Ineengedoken als een schichtig vogeltje loopt Elian erlangs, met één hand over zijn oren en de andere hand in papa’s hand. 
Bij het speelterrein staat een suikerspinnenkraam en de tenten staan er ook dit jaar, maar verder ziet het terrein er net zo uit als anders. De drukte valt ook mee, er zijn meer mensen dan normaal, maar het is niet extreem druk.
Een uurtje of twee spelen de kinderen zoals altijd. Op blote voeten lopen ze vooral rond bij de Apekooi en een grote glijbaan waarbij je via een soort tentzeil omhoog kunt lopen. Af en toe rijdt er een stoomtreintje langs, vaak bemand door een kind, maar daar vestigen we de aandacht niet op.
Dan heeft Marie last van haar handen. De dag ervoor heeft ze lang op een klimrek rondjes gedraaid en daar heeft ze blaren door gekregen, die nu zeer doen. Ik stel voor om met haar naar de ehbo-post te gaan. Marie doet haar schoenen aan.
‘Gaan we weg?’ vraagt Elian.
‘Nee,’ antwoord ik, ‘ik ga even met Marie naar de ehbo-post.’
‘Maar ik wil naar huis!’ roept Elian.
‘Dat gaan we nog niet.’
Bij de ehbo-post spuiten ze een verkoelende spray op Maries handen. Die helpt meteen en we gaan weer terug naar de anderen.
Rowan wil naar de kinderboerderij.
‘Ik wil naar huis! Ik wil met mijn treintjes spelen!’ roept Elian. Thomas de trein is al weer heel lang het object van zijn obsessie.
Het is heerlijk weer, Marie heeft net een schoolvriendinnetje gevonden en is met haar op pad, en ook Rowan is duidelijk nog niet uitgespeeld. Ik zeg weer dat we nog niet gaan.
Elian herhaalt nog een paar keer dat hij naar huis wil. Ik stel Martin, die van plan is om alleen met Rowan naar de kinderboerderij te gaan, voor dat we samen gaan, omdat ik niet met de boze Elian wil blijven zitten en omdat ik hoop dat Elian de dieren wil zien.
Elian zit op de duobuggy, waar onze spullen in zitten. Ik duw de buggy. Elian doet niet anders dan roepen dat hij naar huis wil.
Dan schiet me iets te binnen. ‘Elian, zullen we in de tenten gaan kijken?’ stel ik voor. ‘Daar staan allemaal dingen die met treinen te maken hebben.’
Dat wil hij wel. Rowan en papa vinden dat ook een goed plan.
We redden het niet eens tot aan de tenten, want onder een afdakje blijken twee grote sporen te staan, met, jawel, Thomastreinen! Ook James en Henry zijn er en allemaal wagons. In sommige karretjes ligt fruit en snoepjes. Er zijn twee transformators, voor elk spoor één. Kinderen mogen aan de knoppen van de transformators draaien en de treinen dan stil laten staan bij andere kinderen, die dingen uit de karretjes mogen pakken om op te eten. De jongens vinden het fantastisch!
Al snel bedient Rowan een transformator. Elian vindt het veel te spannend, die zit bij mij op schoot.
‘Waarom zijn er maar twee spoorlijnen?’ vraagt Elian aan mij.
‘Vraag het maar aan die mevrouw.’ Ik wijs naar de vrouw die bij de trein hoort.
Hij schudt zijn hoofd, ook dat durft hij niet.
Een hele poos blijven we bij de trein. Marie komt ondertussen ook naar ons toe. Ook zij vindt het leuk om de treinen te laten rijden. En als het snoep van de vrouw op is en ik besluit snoep in de wagons te doen, vindt zij dat ook leuk om te doen.
Na ongeveer een uur is Elian genoeg gewend. Hij loopt naar een transformator toe en pakt de knop.
Rowan wil Elian uitleggen hoe het moet, maar Elian onderbreekt hem: ‘Ik weet wel hoe het moet, maar ik durfde het eerst niet.’ Hij begint ook tegen de treinenmevrouw te babbelen.
We zitten nog minstens een uur bij de treinen. Als er andere kinderen komen, mogen die met de treinen rijden. Marie, Elian en Rowan geven hun beurt steeds keurig weg. Tussendoor kijken we nog even in de tenten.
Daarna spelen de kinderen in de rest van het park. Om half vijf keren we terug naar Thomas, maar helaas is de vrouw haar spoor aan het opruimen. We gaan naar huis en besluiten een ijsje bij het Informatiecentrum bij de parkeerplaats te kopen.
De kinderen zoeken ijsjes uit en vragen of ze die al open mogen maken. Dat mag. Waarna ik schrik, want ik kan Martins pinpas niet in zijn portemonnee vinden! We hebben toch wel geld bij ons? Gelukkig kan Martin de pas alsnog vinden. Opgelucht vertrekken we naar huis.
Thuis wil ik de huissleutels uit de buggy pakken. Ik open de kofferbak; geen buggy.
‘Martin, we hebben de buggy toch niet bij Nienoord laten staan?’ roep ik uit.
Dus wel. Elian stormt naar boven, waar hij uiteraard met zijn treintjes gaat spelen, Martin rijdt met de andere kinderen opnieuw naar Leek om onze buggy te halen. Tot onze grote opluchting staat hij er nog!
Ik zie op tegen de avond, ben bang dat Elian weer zo zal stuiteren en onbereikbaar zal zijn, maar dat is niet het geval. Misschien is hij voldoende rustig geworden van het alleen spelen. Tijdens de maaltijd en de bedprocedure is hij net als altijd. Wanneer Martin hem om half negen voor de laatste maal in bed wil stoppen, zegt Elian dat er iets in zijn oor zit en dat hij wil dat Martin dat schoonmaakt. Martin is daar niet zo goed in, dus die verwijst Elian naar mij. Daardoor wordt Elian boos, hij schiet ervandoor en werkt totaal niet meer mee. Uiteindelijk doet Martin zijn deur op slot.
Later roept Elian een paar keer dat hij een wattenstaafje wil, zelf, maar dat hij niet wil dat mama iets doet, ondanks dat wij zeggen dat hij zelf geen wattenstaafje mag, omdat dat gevaarlijk is. Hij gaat daarbij zo tekeer dat hij twee dagen met de treintjes spelen verliest. Daarna is hij rustig. Ongeveer om kwart over negen slaapt hij.
Eigenlijk is deze gang van zaken normaal, dat er wat dingen niet zo soepel lopen zo aan het eind van de dag, daar zijn we aan gewend. De Stoomdag lijkt dus geen negatieve invloed gehad te hebben. De kinderen hebben een leuke dag gehad, Elian vermoedelijk één van de leukste van zijn leven. Dus wat doen we volgend jaar rond Hemelvaart? Dan gaan we in sneltreinvaart naar de Stoomdagen!

Thursday, May 17, 2012

Heel normaal

Op Hemelvaartsdag stel ik 's ochtends voor dat we 's middags gaan wandelen in het bos bij Norg. De kinderen zijn allemaal enthousiast. We hebben daar vaker gewandeld en tegenover de parkeerplaats waar we de tocht beginnen en eindigen is een speeltuin die ze heel leuk vinden.
Als we in Norg aankomen mogen de kinderen meteen een snoepje. Daarna stormen ze op het eerste paaltje af. Het gaat zoals eerder: ze rennen vooruit, op zoek naar het volgende paaltje, en zijn dan trots als ze het gevonden hebben. Martin en ik wandelen hand in hand achter ze aan.
Al snel komt Marie bij ons lopen. Zij wordt een beetje groot om het zoeken van de paaltjes nog als een speurtocht te zien. Ze pakt Martins andere hand.
Nog weer later wil Rowan ook een hand. Hij pakt Martins hand aan de kant waar ik liep, maar kan mij geen handje geven, want hij heeft snoepjes als ringen om twee vingers.
'Ik wil ook graag een hand,' zeg ik quasi jammerend.
Elian komt naar me toe en biedt zijn hand aan. De rest van de wandeling blijft hij me trouw, steeds als ik even alleen loop komt hij bij me, of loopt vooruit en roept: 'Mama, waar blijf je nou?' terwijl hij me zijn hand reikt.
Onderweg pauzeren we even op een bankje en eten en drinken wat. Ik neem foto's.
We zijn reuze trots op Rowan, die met zijn vier jaar al weet te vertellen wat de getallen tussen de 20 en 30 zijn op de paaltjes die we volgen.
Als we weer bij de auto zijn nemen we ook drinken. Dan gaan we naar de speeltuin, waar de kinderen zich helemaal suf vermaken. Marie draait vooral rond op een klimrek, Elian klimt op speeltoestellen en Rowan wil geduwd worden op een schommel,  en wipwappen. Wanneer we bijna vertrekken, klimmen Elian en Rowan op een ronde gevlochten schommel. Martin duwt hen, zo hoog, dat hij soms moet springen om de schommel te pakken te krijgen. Elian en Rowan gillen en gieren het uit van de pret. Een man en vrouw, die de speeltuin verlaten met hun zoontje, staan even stil en kijken naar ze. Ze glimlachen om het mooie schouwspel.
Ik glimlach om hen.
Soms zijn wij net een heel normaal gezin.

Monday, May 14, 2012

Naar de dokter


Op maandagochtend moeten we met Elian naar onze nieuwe dokter, voor twee dingen. Het eerste is een bultje in zijn lies, dat hij al heel lang heeft. Ongeveer een halfjaar geleden heeft de schoolarts ernaar gekeken. Die dag was Elian prima, hij werkte met alles heel goed mee, terwijl hij echt veel moest doen. Die arts dacht dat het bultje een opgezette lymfeklier was, maar hij kon Elian niet laten liggen en als het niet weg ging, dan moesten we er mee naar onze huisarts. Het bultje ging niet weg en dus gingen we naar de dokter. We hadden Elian al dagen goed voorbereid op wat er ging komen. Op de dag zelf riep hij bij het opstaan echter al dat hij zou gaan gillen en schoppen bij de dokter. Dat deed hij ook inderdaad. Martin en ik hebben hem uiteindelijk in de houdgreep moeten nemen, anders waren we bij de dokter weg gegaan zonder dat zij het bultje had gezien. Zij legde twee seconden een vinger op het bultje en bevestigde dat het een opgezette lymfeklier was. Maar ja, het ging nogal snel en we hadden ook niet meer gevraagd na hoeveel tijd het bultje weg zou moeten zijn. Omdat Elian het bultje nog steeds heeft, wil ik voor de zekerheid dat de nieuwe dokter er ook eens naar kijkt. Als dat lukt …
Daarnaast geeft Elian  al meer dan een halfjaar buikpijn aan. Nu merken we er niet zo veel van dat hij buikpijn heeft, maar hij geeft het best vaak aan en als we doorvragen, zegt hij dat hij het eigenlijk altijd heeft, maar het niet zo erg voelt als hij speelt. Aangezien hij een heel hoge pijngrens heeft (zo was hij bijvoorbeeld eens door een wesp in zijn hand gestoken en vroeg hij om een pleister), nemen we zijn klachten serieus.
Ook deze keer bereiden we Elian in de dagen voor het bezoek aan de dokter voor op wat er gaat gebeuren. We leggen uit wat de dokter gaat doen en waarom. We zeggen ook dat Elian ’s ochtends even in een potje moet plassen, omdat de dokter misschien aan zijn plas kan zien waar de buikpijn vandaan komt. Dat wil Elian dus niet … Eerst denken we dat het zal helpen als we gewoon vaak herhalen dat het moet gebeuren, dat hij aan het idee moet wennen. We leggen iedere keer uit waarom het moet. Elians nee blijft echter pertinent nee, ongeacht welk argument we gebruiken. Ook voor een beloning zwicht hij niet. Normaal mag hij elke avond door zijn bord leeg te eten een sticker verdienen en als hij 20 stickers heeft, heeft hij een Thomastreintje verdiend. Hij mag twee stickers verdienen met in het potje plassen, maar hij weigert. We willen hem niet meteen het treintje aanbieden, omdat het ook weer niet de bedoeling is dat hij leert dat als hij maar vaak genoeg nee zegt, papa en mama hem vanzelf omkopen met iets wat hij heel graag wil. En straffen is hij nooit zo gevoelig voor, als we daarmee dreigen wordt hij geheid alleen maar super boos.
Ik vraag andere ouders van kinderen met pdd-nos om tips en die raden ons aan om Martin een wedstrijdje te laten doen met Elian: wie het beste in het potje kan piesen. Wij vinden het een goed plan, maar Elian wil dit absoluut niet. Misschien dat we er al te veel over gepraat hebben (hoewel ik bang ben dat het anders ook niet gelukt zou zijn, zulke wedstrijden doen we immers anders ook nooit).
Uiteindelijk bedenk ik dat Martin en ik een wekker moeten zetten op vier uur ’s nachts, dat Martin Elian dan op de wc moet zetten en ervoor moet zorgen dat een deel van de plas in het potje belandt. Tot ongeveer een halfjaar geleden tilden we Elian ’s avonds ook altijd op de wc en dan plaste hij halfslapend. Het lijkt ons het enige plan dat kans van slagen heeft. Dus om vier uur gaat onze wekker (en druk ik die van mij uit, terwijl die op het tijdstip staat waarop we echt moeten opstaan – gelukkig doe ik hem even later ook weer aan) en strompelt Martin naar Elians slaapkamer. Niet lang daarna hoor ik Elian: ‘Neeeeeee!’gillen.
Een poosje later komt Martin onze slaapkamer binnen en zegt: ‘Nou, dat was een succes!’ Toen hij Elian op de wc zette, werd die net wakker genoeg om zijn benen stijf tegen elkaar te houden en te roepen dat hij niet wou. Daarna was een ander lichaamsdeel van hem wat stijf, waardoor hij omhoog plaste en Martin hem een schone onderbroek en pyjamabroek aan kon doen. Hierna komen Martin en ik allebei zeer moeizaam in slaap, ik vooral omdat ik me druk maak over hoe het bij de dokter zal gaan. Gelukkig heb ik een dubbel consult aangevraagd, twee keer tien minuten dus.
’s Ochtends proberen we nog een laatste maal Elian zo ver te krijgen om in een potje te plassen, ook door aan te geven hoe blij we zouden zijn als hij dat zou doen. Tevergeefs.
Wanneer we bij de dokter komen, geeft hij haar netjes een handje. Hij kruipt helemaal ineengedoken bij Martin op schoot. Als de dokter Elian vragen stelt, geeft hij antwoord door met zijn hoofd te knikken of te schudden, zonder haar aan te kijken. Maar als hij naar het “bed” moet waar hij op moet liggen, gaat hij er wel op zitten, maar weigert hij verder mee te werken. En daar gaan we weer met onze argumenten. Meneer heeft er geen zin in.
Ik ga nog even weer met de dokter terug naar het deel van het kantoortje waar we eerst zaten. Martin probeert Elian nog over te halen. Dat lukt uiteindelijk, door hem zeven stickers te beloven als hij goed meewerkt … maar dat doet  hij dan ook echt.
De dokter kan ons geruststellen dat het bultje echt een opgezette lymfeklier is. Als ze op Elians buik drukt, geeft hij nergens pijn aan. Wel hoort ze minder darmgeluiden dan normaal. En ja, eigenlijk heeft ze een plasje van Elian nodig.
Ruim een halfuur nadat we ons aan haar voorstelden, zeggen we onze nieuwe dokter gedag. Binnenkort moeten we een plasje van Elian langsbrengen. Ons nieuwe plan: een bakje of pannetje in de wc-pot zetten en hopen dat Elian dat niet opmerkt en gewoon plast. Maar of het gaat slagen …?

Tuesday, May 8, 2012

Autibril: Rowan zal toch niet ook …?


‘Soms vraag ik mij wel eens af of Rowan wel helemaal normaal is,’ zegt Marie.
Ik schrik. Ze verwoordt precies wat me al lange tijd bezighoudt. Heb ik daar iets over laten doorschemeren? Heeft ze een gesprek tussen Martin en mij opgevangen, dat niet voor haar oren bedoeld was?
‘Waarom dan?’ vraag ik neutraal.
‘Nou, omdat hij ’s ochtends zijn bord nooit leegeet en hij zijn kleren niet aan wil doen.’
Ik glimlach om deze voorbeelden en besluit eerlijk tegen haar te zijn. ‘Dat zijn heel normale kleuterdingen, lieverd, maar ook papa en ik weten niet helemaal zeker of Rowan niet autistisch is. Bij jou wisten we altijd helemaal zeker dat jij helemaal normaal was, maar bij Rowan weten we dat niet, omdat hij wel wat bijzondere trekjes heeft. Alleen, hij is nog maar een kleuter en al zijn gedrag past ook bij een kleuter. Waarschijnlijk zullen die trekjes wel weggaan en als dat niet zo is, dan merken we het vanzelf.’
Marie neemt genoegen met mijn woorden, waarmee ik zowel haar als mijzelf probeer gerust te stellen. In het geval van mijzelf niet geheel succesvol.
Op het moment dat wij ernstig vermoedden dat Elian autistisch was, was Rowan een baby. Toen Elian een baby was, merkten wij niets bijzonders aan hem. De beangstigende gedachte dat onze tweede zoon ook autistisch zou kunnen zijn, maar dat wij dat nog niet konden merken, kwam natuurlijk bij ons op. Dus vergeleken we het gedrag van Rowan in de loop der jaren met dat van Elian. Daarbij kwam Rowan goed uit de bus: we kunnen hem bijvoorbeeld probleemloos meenemen naar een restaurant, circus of kermis; als heel klein jongetje toonde Rowan al een keer  troostgedrag toen Marie huilde; wanneer ik eens plotseling bij iemand op bezoek ging, ging hij gewoon mee en uitjes van de crèche vond hij leuk; hij had geen driftbuien; hij was gevoelig voor straf; en sinds hij op school zit, heeft hij al enkele speelafspraken gehad. Duidelijk geen autist dus.
Toch?
Of wel?
De 100% zekerheid waarmee wij altijd wisten dat Marie “normaal” is, hebben wij nooit bij Rowan gevoeld. Het hoogste waarop we gezeten hebben is 95% en vaak ligt het getal een stuk lager. Want ik heb wel eens een keer getest hoe hij reageerde als ik plotseling ergens met hem heen ging, maar hij wist dan wel precies waar we naartoe gingen, en eigenlijk doe ik zoiets spontaans nooit. We kondigen alles altijd aan, omdat we dat nu eenmaal gewend zijn en omdat dat ook fijner is voor “normale” kinderen. Rowan heeft geen driftbuien, maar hij jammert ontzettend veel, om de meest onzinnige dingen. Zo moest hij onlangs op een ochtend de kruimels die van zijn bord waren afgevallen zelf opruimen; daarna moest hij zijn schoenen aandoen, waar hij geen zin in had; en het autootje dat hij op het laatste moment mee wilde naar school konden we niet vinden. Bij al deze dingen barstte hij in huilen uit.
Verder is hij wel gevoelig voor straffen, maar dat betekent vooral dat hij moet huilen als hij op de trap moet en niet dat hij snel dingen zal nalaten, omdat hij anders straf krijgt. En beloningen werken niet zo goed als je zou denken. Hij at op een gegeven moment heel slecht en we zetten er een beloningssysteem op. Als hij goed at, mocht hij een sticker en bij een bepaald aantal stickers had hij iets verdiend wat hij graag wilde. Dit werkte slechts kort, daarna keek hij of hij het eten lekker vond en at gewoon niet als hij het niet lekker vond. Dan denk je: maar je houd je kind toch gewoon aan tafel, tot hij zijn eten op heeft? Maar hij blijft in dat geval gewoon zitten. Zo heb ik hem wel aan het melk drinken bij het middageten gekregen. Echter, de eerste keer dat hij dat moest, heeft hij maar liefst 2 1/2 uur aan tafel gezeten! Op zijn stoel, zonder speelgoed. Hij bleef braaf zitten, dat wel, maar weigerde de melk op te drinken, wat het enige was wat hij moest doen om lekker te kunnen spelen. Uiteindelijk koos hij toch eieren voor zijn geld. De keren daarna duurde het steeds korter, tot hij uiteindelijk gewend was aan melk drinken bij het middageten. Bij het avondeten konden we dat echter niet doen, want vlak daarna moet hij naar bed. (Sinds een paar weken eet Elian overigens ’s avonds goed, omdat hij spaart voor Thomasspullen. Sindsdien eet Rowan ineens ook zijn bord leeg, terwijl hij er geen beloning voor krijgt! Hij vertoont dus kopieergedrag.)
Rowan heeft inderdaad een paar keer met iemand gespeeld, maar lijkt dit liever niet te doen en ook Elian speelde op de kleuterschool af en toe met iemand uit zijn klas.
Rowan is erg koppig en heel dwingend, dingen moeten vaak gebeuren zoals hij ze wil. Als hij ’s avonds cornflakes krijgt (iets waar we uiteindelijk mee zijn begonnen toen de jongens anders helemaal niets aten), dan wil hij die bij een tafeltje eten; op zich logisch, op zijn schoot lukt dat niet goed, maar het tafeltje moet ook per se leeg zijn. Als hij zich aankleedt moet hij per se eerst zijn sokken aan. En zo zijn er veel meer dingen.
Laatst speelde er een meisje uit Elians klas bij ons thuis. Ze bleef ook eten. Niet alleen Elian raakte daar helemaal hyperdepieper door, ook Rowan werd hyperdepieper, maakte lawaai, ging gek doen enzovoort.
Hadden wij geen autistische zoon gehad, dan had ik bij Rowan nooit aan autisme gedacht, maar nu dus wel. Ik heb al zo vaak gehoord dat kinderen pas in groep drie of vijf minder goed gaan functioneren, thuis danwel op school, dat ze dan een diagnose krijgen in het autistisch spectrum en dat de ouders daar nooit aan hadden gedacht. Daarom ben ik soms bang dat hij in de toekomst problemen zal krijgen. Bijvoorbeeld dat hij extra hulp nodig zal hebben op school en dat dat lastig wordt vanwege het passend onderwijs ...
Ik weet heus wel dat Rowan hoogstwaarschijnlijk “normaal” is en dat hij nu absoluut niet voor een diagnose in aanmerking komt. Dat ik mezelf gek maak door steeds een “autibril” op te zetten, waarmee ik vooral mogelijk autistische kenmerken zie, net zoals een verliefd iemand door een roze bril alleen maar de leuke kanten ziet van zijn of haar geliefde. Dat de tijd zal uitwijzen of Rowans autistische trekjes gewoon bij kleutergedrag horen en voorbijgaan, of dat hij ze zal houden. Dat Rowan Rowan blijft, hoe het uiteindelijk ook zal gaan. Dat het geen zin heeft om me zorgen te maken voor de dag van morgen. Maar toch.
Wie wil die “autibril” eens voorgoed van mijn neus af halen?