Thursday, September 29, 2011

De nieuwe buschauffeur

Zondag, de dag voordat school weer begint. We weten nog steeds niet wie Elian zijn nieuwe buschauffeur is en ik begin hem een beetje te knijpen. Misschien moet ik hem anders morgen zelf naar zijn nieuwe school brengen?
’s Ochtends moet Elian zijn oude buschauffeur toevallig bij onze buren zijn. Hij belt ook even bij ons aan, drinkt een kopje koffie mee en neemt afscheid van Elian.
’s Middags wordt er aangebeld. Op de hoek van de straat zie ik een busje staan. Hoera, het is de nieuwe buschauffeur! Hij stelt zich aan ons voor en vraagt of er bijzonderheden zijn.
‘Eén ding is heel belangrijk,’ vertel ik hem, ‘en dat is dat Elian een vaste plaats in de bus heeft. Als er verder bijzonderheden zijn, dan bespreken we die nog wel.’
De buschauffeur knikt. Hij wil best poseren voor de foto, zwaait eens even naar Elian en zegt: ‘Tot morgen!’ Ik plak zijn foto meteen op de weekkalender, naast een picto van een taxibusje.
De volgende ochtend huppelt Elian naar het busje toe. Dat gaat een stuk beter dan verwacht! Hij heeft natuurlijk het afgelopen jaar bij uitzondering ook weleens een andere buschauffeur gehad.
’s Middags wordt Elian naar de opvang gebracht, dus helaas kan ik dan niet vragen hoe het gegaan is. Dat doe ik op dinsdag. De buschauffeur zegt dat het prima ging. Ik vraag hoe laat hij bij de opvang was, want ik moet ook rekening houden met de andere kinderen. Hij heeft geen flauw idee. Voor de zekerheid spreek ik met Marie af dat zij die middag zelf naar huis fietst.
En dat is maar goed ook, want de buschauffeur brengt Elian precies thuis op het moment dat Maries school uitgaat. Ik vraag hem of hier mee te schuiven is, of Elian als eerste of laatste gebracht kan worden, want Marie moet van school gehaald worden. Dat blijkt moeilijk, moeilijk, moeilijk. Om kwart voor vier moet hij ook alweer aan de andere kant van de stad te zijn. We besluiten om Marie op de dinsdag en donderdag maar standaard zelf naar huis te laten fietsen. Op donderdag haal ik dan Rowan, die op die dag ’s middags naar de peuterspeelzaal gaat, eerder op, zodat ik net op tijd thuis ben. Niet ideaal, want Marie wordt veel liever opgehaald, maar het moet maar.
Die vrijdag zit er ineens een extra kindje in de bus, wat ons niet verteld is. Elian moet op een andere plek. Ik baal hiervan, ik heb de buschauffeur welgeteld één ding gezegd waar hij rekening mee moet houden en dat gebeurt dus niet! Gelukkig lijkt Elian er, tot mijn verbazing, niet heel veel last van te hebben.
De buschauffeur blijkt ook geen kletsmajoor. Eenmaal haast ik mij naar het busje toe en houd ik hem nog net staande, voordat hij weer wil instappen, om te vragen hoe het met Elian gaat. Goed, beweert de buschauffeur. Hij zit gewoon in het busje en neuriet soms wat.
Op maandag is het busje een halfuur te laat. “Er was een verkeersongeluk in Beijum, waardoor alles vastzat,’ verklaart de buschauffeur.
Enkele dagen later is hij weer heel laat. ‘Ja, als eenmaal iets tegenzit, zit ook alles tegen,’ verklaart hij.
Vanochtend was hij opnieuw veel te laat. Wij hebben Elian om kwart voor acht klaar, daarna moeten we echt aandacht aan de andere kinderen gaan besteden en zorgen dat we zelf helemaal gereed zijn. Dat betekent dat Elian vaak zijn schoenen weer uitschopt en door het huis gaat struinen. Voor hem is het helemaal niet goed om niet te weten hoe laat de buschauffeur er zal zijn.
Deze keer kregen we geen verklaring. Als de buschauffeur weer zo laat is, ga ik er iets van zeggen.
Als ik Elian vraag hoe hij het vindt in het busje, zegt hij: ‘Goed hoor.’
‘Praat de buschauffeur weleens met jou?’ wil ik weten.
Elian schudt zijn hoofd.
‘Wat doe je dan in het busje?’ vraag ik.
‘Nou, gewoon, zitten, of soms zing ik.’ Met de andere kinderen praat Elian ook nauwelijks, zo blijkt. Hij lijkt het allemaal niet zo erg te vinden. Maar ik? Ik mis zijn oude buschauffeur verschrikkelijk!