Monday, October 31, 2011

Helikopter

Tijdens een wandeling met de kinderen en een goede vriend, in de stad waar de vriend woont, spot ik ze.
‘Kijk eens jongens, helikoptertjes!’ roep ik enthousiast. Op de grond zie ik de vruchten van de esdoorn liggen. Ik pak er eentje op en gooi hem omhoog. Rondcirkelend als een helikopter valt hij weer naar beneden. ‘Kijk maar!’
De kinderen vinden het een leuk spel. Elian en Marie pakken ook vruchten op en gooien ze de lucht in. Er worden een paar meegenomen om thuis mee te spelen.
Bij terugkomst van de wandeling speelt Elian op het balkon van de vriend fanatiek verder met de helikoptertjes. Het onvermijdelijke gebeurt, twee helikoptertjes verdwijnen over de balkonrand. Elian vindt dat erg jammer en wil ze graag ophalen. Martin vindt dat goed en gaat mee.
De stoep beneden blijkt bezaaid met van alles, vooral peukjes en blaadjes. De moed zinkt Martin in de schoenen, die helikoptertjes vinden ze nooit!
Een minuut later roept Elian: ‘Ik heb er één, papa!’ En binnen een paar minuten heeft hij de tweede ook te pakken. Tevreden loopt hij met papa en zijn schatten weer naar boven.
Elian heeft geen “helikopterview”, geen overzicht van het geheel én details; hij heeft altijd aandacht voor alle details. Dat hij onbelangrijke dingen niet weg kan filteren is juist een onderdeel van zijn stoornis. Maar in dit soort situaties is deze handicap juist een pluspunt!

Sunday, October 23, 2011

Autistische trekjes

Aangezien autisme erfelijk is, proberen Martin en ik onszelf ook weleens vanaf een afstandje te bekijken, om te beoordelen of wij ook autistisch zijn. Nu heeft elk mens in meer of mindere mate autistische trekjes, maar wanneer spreek je nu echt van autisme? Wij hebben absoluut niet de indruk dat wij voor een diagnose in aanmerking zouden komen, maar zijn ons natuurlijk meer dan anderen bewust van trekjes die als autistisch gezien zouden kunnen worden.
Meestal zijn we het erover eens dat Martin daar de meeste van heeft. Hij is niet erg sociaal te nemen, onderhoudt nauwelijks contact met zijn familie en denkt nooit aan verjaardagen. De meeste vrienden die hij al had voordat wij een relatie kregen, heeft hij niet meer. Toen wij net bij elkaar waren was ik namelijk degene die hem stimuleerde dat hij nu toch echt eens contact op moest nemen met deze of gene vriend(in). In de loop der tijd hield ik daarmee op en daarmee hielden ook die vriendschappen op.
Zelf ben ik best star wat mijn eetpatronen betreft. Als ik bijvoorbeeld wortels eet, hoort daar vis bij. Eet ik eens karbonade bij worteltjes, dan voelt dat heel vreemd, alsof ik iets doe wat eigenlijk niet kan. Zo zijn er meer combinaties die er tijdens mijn opvoeding bij mij ingestampt zijn.
Waar het om schoenen gaat, ben ik al helemaal niet flexibel. Je zou niet zeggen dat ik een vrouw ben, want al vanaf de allereerste keer dat ik laarsjes mocht kopen, koop ik iedere keer enkellaarzen en hogere laarzen die sterk lijken op voorgaande paren. Het is zelfs zo dat ik mijn nieuwste paar eens trots aan een vriendin toonde en zei vroeg: ‘Zijn dit echt nieuwe?’
Gister gingen Martin en ik schoenen kopen. Zoals gebruikelijk haalde ik steeds hetzelfde type laarzen van de schappen en Martin begon weer over mijn autisme. Hoewel we namelijk soms serieus naar onze trekjes kijken, maken we er vaak ook grapjes over. Als één van ons ergens star over is, roept de ander: ‘Stomme autist!’ en lachen we erom. Wij vinden dat je overal de humor van moet inzien.
Bij het shoppen koos ik uiteindelijk voor, hoe kon het ook anders, zwarte enkellaarsjes.
In de rij voor de kassa riep ik enthousiast uit: ‘Ze zijn heel lekker warm van binnen! Ik heb mijn hele leven nog nooit zulke warme laarsjes gehad! En hoor je hoe blij ik daarmee ben?’ vroeg ik aan Martin. Wij lagen in een deuk.
Een meisje dat ook in de rij stond, keek ons met gefronste wenkbrauwen aan. Ze vond ons vast een beetje wereldvreemd, met die gekke humor.

Wednesday, October 19, 2011

Jaloers

Het stel met wie ik kennismaak, omdat ik het zal trouwen, heeft op veel plaatsen gewerkt.
‘Wij zijn niet van die bankzitters,’ vertelt de vrouw. ‘Ook in de vakantie niet. We nemen onze kinderen gewoon mee overal naartoe, dan bedenken we spontaan waar we heen gaan. Afgelopen zomer liep dat een beetje uit de hand, onze kinderen stapten ’s ochtends in de auto en vroegen: “Waar gaan we vandaag naartoe?”’
‘Goh, wat fijn dat dat allemaal kan,’ zeg ik. Naast mij verschijnt ongewild een groen monster.
De vrouw knikt. ‘Ja, dat gaat heel goed. We waren dit jaar op vakantie in Italië. De kinderen mochten kiezen of we naar huis gingen en onderweg in een hotel zouden overnachten, of dat we nog een dag op de camping zouden staan en dan in één ruk naar huis zouden rijden. Ze kozen het laatste. In zeventien uur zijn we toen naar huis gereden, met slechts twee pauzes, één voor de lunch en één voor het avondeten. De kinderen gedroegen zich uitstekend.’
Ik denk aan ons recente ritje naar een plaats hier nog geen twee uren rijden vandaan. Nog in onze straat moesten we al stoppen, omdat Elian een driftbui had.
Het groene monster is ondertussen gigantisch en ontwikkelt vlijmscherpe tanden. Snel ga ik over op een ander onderwerp.

’s Avonds vertel ik Martin over de jaloerse gevoelens die dit gesprek bij mij opriepen.
‘Ach, je moet je daar niet zo druk om maken,’ is zijn houding, zoals altijd.
Hij heeft gelijk, dat had ik ook al bedacht. Ik ben serieus, echt waar, heus, steeds beter in het accepteren van het onontkoombare. En weet je wat? Als wij thuiskomen van een, uiteraard zorgvuldig gepland, dagje uit en alles is die dag helemaal goed gegaan, dan vieren wij die dag feest. Dat heeft dat stel natuurlijk niet!