Al op 1 november begint Elian erover: ‘Mama, wanneer is het nou Sint Maarten?’
‘Dat duurt nog een poosje, lieverd,’ antwoord ik, ‘over vier daagjes kan ik het op de kalender zetten.’
Elke avond als Elian in bed ligt, zingt hij de Sint Maarten-liedjes die hij op school heeft geleerd. Hij is al helemaal in de stemming! Ook vertelt hij over de lampion die hij op school aan het maken is, een vis.
Marie maakt op school ook een lampion. De kinderen blazen een ballon op, doen er allemaal papier-maché op en prikken de ballon lek. Ze is er helemaal vol van en is blij als de hare gelukt blijkt te zijn.
Rowan maakt maar liefst twee lampionnen, één op de crèche en één op de peuterspeelzaal.
Als het eindelijk 11 november is en de kinderen mogen lopen, nemen ze hun lampions mee naar huis. Die van Rowan van de peuterspeelzaal is een pompoen. Best mooi, maar zijn lampion van de crèche is veel mooier: een prachtige Dikkie Dik-lampion.
Marie haar lampion blijkt best leuk te zijn, maar het is gewoon een bol. Die van Elian echter is een echte vis: net zo’n soort bol als Marie heeft, maar met mooie glitters erop en vinnen en een staart.
We eten op tijd. Om half 6, als het net donker is, gaan we bij de deuren langs.
Het lampje van Marie begeeft het nog vóór we buiten staan. Gelukkig blijkt de buurvrouw zo slim te zijn geweest om een reservelampje te kopen, dat we mogen lenen.
Rowan moet duidelijk nog wennen. Hoewel hij thuis al heeft laten horen dat hij twee liedjes uitstekend kan zingen, laat hij het als hij voor vreemde mensen moet zingen een beetje afweten. Gedeeltelijk zingt hij wel mee.
Na een halfuurtje is hij het zat. Dat hij snoepjes misloopt als hij nu naar huis gaat, vindt hij geen probleem, hij heeft het koud en wil naar huis. Ik breng hem thuis en ga dan snel weer naar de andere twee kinderen.
Die zijn reuze enthousiast, ondanks de kou. Wat erg leuk is, is dat ze nog jong genoeg zijn om vol overgave te zingen; ze kiezen niet het kortste liedje, om maar naar zoveel mogelijk huizen te kunnen. Elian heeft een liedje op zijn school geleerd, dat kinderen uit de buurt niet kennen, dus moedig ik ze aan om dit liedje veel te zingen.
De kinderen krijgen steeds complimenten over hun lampionnen. Vooral Elians lampion wordt veel geprezen. Dat Marie daar een tikkeltje jaloers door wordt, blijkt wel als ze tegen iemand, die Elians lampion ook erg mooi vindt, zegt: ‘Hij is autistisch en daarom zit hij in een klas met minder kinderen. Daarom kan hij ook meer aandacht krijgen.’ Dat vind ik wat sneu voor haar, maar ik ben zo trots op Elians lampion, dat ik dat niet kan verhullen!
We lopen en lopen. Marie wil eigenlijk niet meer, Elian nog wel. Ik zeg tegen Marie dat ze best naar huis mag, dan lopen wij nog door, maar dat wil ze niet, ze wil net zoveel lopen als haar broertje.
‘Goh, jullie houden het lang vol!’ zegt iemand dan. Het blijkt al twintig over zeven te zijn, dus we gaan bijna stoppen.
Elian wordt boos, hij wil door, meer snoep ophalen. Hij wijst zelfs naar een straat verderop, daar wil hij heen! Maar ik houd vol dat we nog twee huizen doen en er dan echt mee ophouden.
Thuis blijkt dat we ládingen snoep hebben opgehaald. We nemen warme chocolademelk met slagroom om op te warmen en het te vieren.
De volgende ochtend mogen de kinderen iets lekkers van hun eigen opgehaalde snoep. Dat wil Elian niet, hij wil gewoon een snoepje uit de normale snoeppot!
Tuesday, November 15, 2011
Subscribe to:
Posts (Atom)
