Op vrijdagavond kijken Martin en ik op de pc naar variaties op de cover voor mijn aanstaande autismeboek. Om negen uur zijn we daarmee klaar.
‘We hebben Elians babyfoon niet aan!’ constateer ik verschrikt. Dat we dat niet gemerkt hebben! Elian heeft ’s avonds in bed namelijk altijd erg veel lawaai. We proberen hem iedere avond rond acht uur in bed te hebben en dan mag hij spelen tot half negen. Op dat tijdstip ruimen we zijn speelgoed op en stoppen hem in. Vaak roept hij daarna ook nog vaak.
Het instoppen zijn we vergeten, zo geconcentreerd waren we bezig, dus ik haast me naar boven.
De deur van Elian kamer staat wagenwijd open. Ik zie hem nergens op zijn kamer. Meteen check ik of hij ergens op Rowans kamer is, want hij is in staat om rustig bij Rowan in bed te gaan liggen, of achter of onder diens bed, maar daar is hij ook niet. Daarna haal ik Martin, om me te helpen zoeken. Elian roepen is namelijk niet handig, omdat Marie en Rowan al slapen en omdat de ervaring leert dat hij het juist leuk vindt om niet te reageren als we hem zoeken, alsof we verstoppertje doen.
Martin vindt Elian al snel. Hij is namelijk op zijn lievelingsplekje, waar ik even niet aan gedacht heb: achter het wasrek, op de overloop op de zolder. Hij ligt in foetushouding op zijn buik en heeft zijn ogen dicht. Aan al zijn vingertoppen zitten knijpers.
Martin fluistert: ‘Zal ik de knijpers even van je vingers halen?’
Er komt geen reactie. Slaapt Elian of houdt hij zich slapend? Ook dat vindt hij een leuk spelletje.
Hij blijkt met zijn voorhoofd op een knijper te liggen. Het lijkt er dus op dat hij echt in die onmogelijke houding in slaap is gevallen. Wauw! Meestal slaapt hij nog niet om negen uur.
Zo goed en zo kwaad als het gaat tussen een wasmachine en een wasrek in, tilt Martin Elian op en draagt hem naar zijn bed. Daarna gaan we naar beneden, waar we Elians babyfoon aanzetten.


