Monday, September 30, 2013

Wat je schrijft ben je zelf

Adhd en autisme, zo luidt de diagnose. En dan heb ik het niet over Elian, maar over mezelf. Afgelopen juni ging ik een traject in, om te kijken of ik zelf iets van adhd of autisme had. Vandaag kwam het gesprek waarin ik te horen kreeg dat ik het allebei heb.
Al langer kwam de gedachte bij me op dat ik misschien ook “iets” van autisme had. Er is van bekend dat het vaak in de familie zit. Verleden herfst zette ik voor mezelf allemaal karaktertrekken en hoe ik dingen zie op een rijtje, om te zien of daar voldoende aanwijzingen uit kwamen dat ik autisme zou hebben. Hoewel ik zeker erkende dat ik autistische trekjes had, dacht ik toch niet dat ik voor een diagnose in aanmerking zou komen. En zelfs al zou ik een diagnose krijgen, dan zou ik daar niet anders van worden. Een traject ingaan leek me dus niet zo zinvol.
Het bleef echter knagen. Wist ik veel wanneer ze bij volwassenen tot een diagnose komen? Martin vond dat ik het niet zo zwartwit moest zien, maar de gedachte of ik het nou wel of niet had bleef bij me opkomen.
Afgelopen voorjaar nam ik de beslissing om mijn baan als trouwambtenaar op te zeggen. Ook al werkte ik weinig, de combinatie met mijn gezin was me te zwaar. Dat zette me ook weer aan het denken. Dat ik altijd om de zoveel jaar overspannen raak, dat is toch ook niet normaal? Daarnaast kwam het bij me op dat ik wel eens adhd zou kunnen hebben. Daar herkende ik veel van, ook terugkijkend naar  mijn jeugd.
Omdat het me niet los liet, ging ik het traject in. Eerst omdat ik het gewoon wilde weten, maar tijdens het traject kreeg ik steeds meer het gevoel dat ik hulp nodig heb en dat ik misschien zelfs wel medicijnen zou moeten slikken. Wat ook nog meespeelde, is het PGB dat we voor Elian krijgen. Dat hebben we heel hard nodig, ik moet er niet aan denken dat we het niet meer toegekend zouden krijgen. Als ik ook een diagnose zou krijgen, zou dat misschien helpen als we de nieuwe aanvraag doen.
Enkele weken geleden hoorde ik al telefonisch van mijn psychologe (toegegeven, nadat ik flink had aangedrongen, want ik houd natuurlijk van duidelijkheid) dat ik de diagnose adhd zou krijgen en waarschijnlijk ook autisme. Vooral dat laatste kwam behoorlijk hard binnen, veel harder dan ik verwacht had. Ik sliep er zelfs slecht van, terwijl ik altijd goed kan slapen – eigenlijk slaap ik me normaal te plétter. Allemaal gedachten gingen door mij heen, zoals: “Dus dat ik het sociaal niet erg makkelijk vind, dat ligt aan míj.”; “O jee, Martin en ik hebben altijd gedacht dat hij eerder een diagnose autisme zou krijgen dan ik, hoe moeten wij als autistische ouders onze kinderen leren hoe zij later goed moeten functioneren in de maatschappij?”; “Ik zie en ervaar de wereld zoals ik dat altijd heb gedaan, maar dat is dus anders dan anderen doen. Hoe zien anderen hem dan? Dat zal ik nooit weten.” Enzovoort. En ik voelde me ook best wel genaaid omdat het leven mij weer een loer gedraaid had. Waarom ben ik niet gewoon normaal?
Na een paar weken trok het bij. Rationeel wist ik namelijk al dat het alleen maar goed zou zijn om een diagnose te krijgen. Daarmee zou slechts benoemd worden wat al een feit was en waar ik daarna beter mee om zou kunnen gaan. Ik zou hulp kunnen krijgen. Ik zou me beter bewust kunnen worden van mijn eigen beperkingen, ook in de opvoeding, waar ons gezin van zou profiteren. Mijn emoties gingen meer gelijk lopen met mijn ratio.
Vandaag kwam dus officieel de diagnose: adhd én autisme. De adhd is overduidelijk, de diagnose autisme is op het randje. Toch is hij gesteld, omdat de diagnosticus veel ervaring heeft in het diagnosticeren van mensen met adhd en/of autisme en zij de kenmerken daardoor goed herkent. Zij ziet dat ik door mijn hoge intelligentie weliswaar veel compenseer, waardoor ik geen overduidelijke autist ben, maar dat ik wel erg veel last heb van mijn autisme.
Dat mijn diagnoses zwart op wit komen te staan, stuurt mijn emoties weer de achtbaan in. Echter, omdat ik eigenlijk al aan het verwerken was, gaat de achtbaan al minder hard dan eerder. En dat mijn emoties ooit volledig synchroon zullen gaan lopen met mijn ratio, daarvan ben ik overtuigd.

Martin maakt zich niet zo druk om mijn diagnoses. Zijn reactie: ‘Och, ik hou nog steeds van je, hoor.’ Hij heeft gelijk. Het enige wat er verandert, is mijn zelfbeeld. Van het idee dat ik “normaal” ben, moet ik overstappen op het besef dat ik een beperking heb. Twee zelfs. Maar door deze beperkingen te benoemen ben ik verder niet anders geworden; ik was altijd al anders. En zoals ze in Elians logeerhuis altijd zeggen: ‘Anders is niet verkeerd.’

Sunday, September 29, 2013

Naar de Welpen

Dit jaar konden we het niet meer tegenhouden: met de scouting moest Elian een groep hoger. Bij de scouting werken ze met leeftijdscategorieën, waarbij kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd samen dingen doen. Afgelopen jaar zat Elian, die acht-en-een-half is, nog bij de Bevers, de groep die eigenlijk voor kinderen tot en met zeven jaar is. Die groep had maar weinig kinderen (maximaal acht), de activiteiten waren relatief rustig en de groep had minder vaak opkomsten die totaal anders verlopen dan anders. Daarom hadden we ervoor gepleit om hem een jaartje langer bij de Bevers te houden. Maar dit scoutingseizoen was Elian echt te oud en moest hij over naar de Welpen, de groep voor kinderen van zeven tot elf, waar Marie ook bij zit.
Helaas miste Elian de eerste opkomst van het jaar, doordat we een verjaardag hadden. De tweede opkomst was meteen het overvliegen, waarbij de kinderen die te oud zijn geworden voor hun groep middels een ritueel overgaan naar de volgende groep. Dit is altijd een heel drukke bijeenkomst, waarbij ouders en vriendjes ook worden uitgenodigd om aanwezig te zijn. De leiding had ik anderhalve week van tevoren gemaild met de vraag wat Elian ook alweer precies moest doen, maar daar had ik geen antwoord op gekregen. De rituelen zijn elk jaar hetzelfde, en ik meende dat Elian in de lucht gehouden zou worden door de aanwezigen. De leiding, kinderen en ouders gaan dan steeds met twee personen tegenover elkaar staan en pakken elkaar kruislings bij de armen. Hiermee vormen ze een lange rij. Het kind dat overvliegt wordt door twee leiders bij de armen en benen beetgehouden en moet dan door de lucht, over de lange rij armen. Echter, toen we aankwamen, bleek dat ik mij vergist had; dat ritueel was voor de kinderen die van de Welpen naar de Scouts gingen (nog een groep hoger). Een voormalige leider van Elian kwam naar ons toe.
Hij had begrepen dat ons nog niet verteld was wat Elian moest doen en liet het ons terplekke weten. Elian moest over palen die over een slootje waren gelegd. Boven de palen hing een touw, waar een zeil overheen was gelegd. Normaal vindt Elian dit soort dingen geweldig. Hij mag graag op dingen klimmen en houdt ervan hutten te bouwen. Wij gingen voor de opkomst begon snel met Elian de plek bekijken. Ik deed voor wat Elian moest doen, Rowan deed het voor. Rowan deed het zelfs nog heel vaak voor, want hij vond het superleuk. Maar Elian vond het eng. Onvoorstelbaar, want hij deed en doet regelmatig dingen die wij doodeng vinden en die hij niet mag (aan de trap hangen, in open ramen klimmen, hollen op ons schuurdak), maar wat we ook zeiden en hoe we hem probeerden gerust te stellen, het hielp niets.
Uiteindelijk gingen tijdens het overvliegmoment alle andere kinderen die moesten overvliegen braaf onder het zeil door, terwijl zij dus jonger zijn dan Elian, maar Elian weigerde. En de rest van de bijeenkomst hing hij er een beetje bij.
De tweede opkomst was ook geen succes. Elian had vooral aan de kant gezeten, was er niet goed bij te betrekken en de leiding ‘kon niet goed met hem communiceren’, aldus de leiding. Elian vertelde zelf dat hij het veel te druk vond, en als het niet te druk was, dan was er te veel lawaai. Tja, bij de Welpen zitten 30 kinderen. Die zijn er meestal niet allemaal, maar het zijn er heel wat meer dan de maximaal acht van de Bevers en de negen kinderen die in Elians klas zitten. Ook kampt de scoutinggroep met een leidingtekort bij de Welpen.

Gister was de derde opkomst. Elian vond het echt niet leuk. Dus hebben we de knoop doorgehakt: Elian
gaat van scouting af. Toen we hem dat vertelden en vroegen of hij het niet jammer vond dat hij van scouting af ging (want hij heeft het er jarenlang erg leuk gehad), antwoordde hij: ‘Nee, als het er zo druk is en met zoveel lawaai, dan wil ik er niet meer heen.’
Scouting is cool, maar niet voor Elian.