Al langer kwam de gedachte bij me op dat ik misschien ook “iets” van autisme had. Er is van bekend dat het vaak in de familie zit. Verleden herfst zette ik voor mezelf allemaal karaktertrekken en hoe ik dingen zie op een rijtje, om te zien of daar voldoende aanwijzingen uit kwamen dat ik autisme zou hebben. Hoewel ik zeker erkende dat ik autistische trekjes had, dacht ik toch niet dat ik voor een diagnose in aanmerking zou komen. En zelfs al zou ik een diagnose krijgen, dan zou ik daar niet anders van worden. Een traject ingaan leek me dus niet zo zinvol.
Het bleef echter knagen. Wist ik veel wanneer ze bij volwassenen tot een diagnose komen? Martin vond dat ik het niet zo zwartwit moest zien, maar de gedachte of ik het nou wel of niet had bleef bij me opkomen.
Afgelopen voorjaar nam ik de beslissing om mijn baan als trouwambtenaar op te zeggen. Ook al werkte ik weinig, de combinatie met mijn gezin was me te zwaar. Dat zette me ook weer aan het denken. Dat ik altijd om de zoveel jaar overspannen raak, dat is toch ook niet normaal? Daarnaast kwam het bij me op dat ik wel eens adhd zou kunnen hebben. Daar herkende ik veel van, ook terugkijkend naar mijn jeugd.
Omdat het me niet los liet, ging ik het traject in. Eerst omdat ik het gewoon wilde weten, maar tijdens het traject kreeg ik steeds meer het gevoel dat ik hulp nodig heb en dat ik misschien zelfs wel medicijnen zou moeten slikken. Wat ook nog meespeelde, is het PGB dat we voor Elian krijgen. Dat hebben we heel hard nodig, ik moet er niet aan denken dat we het niet meer toegekend zouden krijgen. Als ik ook een diagnose zou krijgen, zou dat misschien helpen als we de nieuwe aanvraag doen.
Enkele weken geleden hoorde ik al telefonisch van mijn psychologe (toegegeven, nadat ik flink had aangedrongen, want ik houd natuurlijk van duidelijkheid) dat ik de diagnose adhd zou krijgen en waarschijnlijk ook autisme. Vooral dat laatste kwam behoorlijk hard binnen, veel harder dan ik verwacht had. Ik sliep er zelfs slecht van, terwijl ik altijd goed kan slapen – eigenlijk slaap ik me normaal te plétter. Allemaal gedachten gingen door mij heen, zoals: “Dus dat ik het sociaal niet erg makkelijk vind, dat ligt aan míj.”; “O jee, Martin en ik hebben altijd gedacht dat hij eerder een diagnose autisme zou krijgen dan ik, hoe moeten wij als autistische ouders onze kinderen leren hoe zij later goed moeten functioneren in de maatschappij?”; “Ik zie en ervaar de wereld zoals ik dat altijd heb gedaan, maar dat is dus anders dan anderen doen. Hoe zien anderen hem dan? Dat zal ik nooit weten.” Enzovoort. En ik voelde me ook best wel genaaid omdat het leven mij weer een loer gedraaid had. Waarom ben ik niet gewoon normaal?
Na een paar weken trok het bij. Rationeel wist ik namelijk al dat het alleen maar goed zou zijn om een diagnose te krijgen. Daarmee zou slechts benoemd worden wat al een feit was en waar ik daarna beter mee om zou kunnen gaan. Ik zou hulp kunnen krijgen. Ik zou me beter bewust kunnen worden van mijn eigen beperkingen, ook in de opvoeding, waar ons gezin van zou profiteren. Mijn emoties gingen meer gelijk lopen met mijn ratio.
Vandaag kwam dus officieel de diagnose: adhd én autisme. De adhd is overduidelijk, de diagnose autisme is op het randje. Toch is hij gesteld, omdat de diagnosticus veel ervaring heeft in het diagnosticeren van mensen met adhd en/of autisme en zij de kenmerken daardoor goed herkent. Zij ziet dat ik door mijn hoge intelligentie weliswaar veel compenseer, waardoor ik geen overduidelijke autist ben, maar dat ik wel erg veel last heb van mijn autisme.
Dat mijn diagnoses zwart op wit komen te staan, stuurt mijn emoties weer de achtbaan in. Echter, omdat ik eigenlijk al aan het verwerken was, gaat de achtbaan al minder hard dan eerder. En dat mijn emoties ooit volledig synchroon zullen gaan lopen met mijn ratio, daarvan ben ik overtuigd.
Martin maakt zich niet zo druk om mijn diagnoses. Zijn reactie: ‘Och, ik hou nog steeds van je, hoor.’ Hij heeft gelijk. Het enige wat er verandert, is mijn zelfbeeld. Van het idee dat ik “normaal” ben, moet ik overstappen op het besef dat ik een beperking heb. Twee zelfs. Maar door deze beperkingen te benoemen ben ik verder niet anders geworden; ik was altijd al anders. En zoals ze in Elians logeerhuis altijd zeggen: ‘Anders is niet verkeerd.’


