Saturday, April 13, 2013

Liefde voor dingen

‘Beertje, Beeeheeertje,’ jammert Elian om zijn zelfgemaakte “beertje”. Het is Tweede paasdag en we zijn bij oma Ria. We hebben een druk weekend achter de rug, waarin we twee dagen Elians verjaardag hebben gevierd. Niet met al te veel visite, maar toch druk. Vanmiddag zijn we bij onze nicht in het ziekenhuis geweest. Elian was daar nog nooit eerder geweest, maar hij heeft grotendeels met Marie en Rowan in een speelkamer spelletjes gedaan. Dat ging wonderwel goed.
Nu is de koek op, hij zit er helemaal doorheen. Het is niet voldoende dat hij Beer bij zich heeft, hij wil
Beer
Beertje ook.
We zouden ook nog even naar de speeltuin bij oma om de hoek.
‘Zullen we toch maar niet naar de speeltuin?’ vraagt Martin.
‘Maar dat hadden jullie beloofd!’ protesteert Marie.
‘Ja, maar ik weet niet of dat wel wat wordt met Elian, hij is zo verdrietig,’ legt Martin uit.
‘Ik wil wel naar de speeltuin,’ zegt Elian.
Hij blijft af en toe een beetje jammeren om Beertje, maar houdt vol dat hij naar de speeltuin wil. We gaan er dus heen. Het gaat daar goed, het spelen leidt Elian af.
Echter, zodra we weer in de auto stappen begint het jammeren weer. De volle 20 minuten die het kost om thuis te komen, trakteert hij ons op een huilconcert. Hartverscheurend, want we kunnen er niets aan doen, behalve zeggen dat hij Beertje krijgt, zodra we thuis zijn.
Als hij Beertje eenmaal in zijn armen sluit, is hij weer rustiger. Maar ’s avonds in bed huilt hij een paar keer een poos, zonder uit te kunnen leggen wat er aan de hand is. Flink overprikkeld, zo denken wij.

De afhankelijkheid van Beertje blijft. Op woensdagavond past oma Ria op. Als Elian naar bed moet, huilt hij dat hij Beertje niet heeft. Samen gaan ze op zoek. Na tien minuten vindt Elian hem en laat hem aan oma zien.
‘Je houdt me voor de gek,’ reageert oma. ‘Marie, hoe ziet Beertje eruit?’
‘Nou, hij is gemaakt van een theedeksel - ,’ begint Marie.
Beertje in betere tijden ...
‘Ik weet genoeg,’ zegt oma. Het is niet zo gek dat ze wat verbaasd is, want Beertje heeft betere tijden gekend. Oorspronkelijk was hij gemaakt van een theedeksel en stukjes papier, waarvan Elian een kop en poten had gemaakt, en er was wol om het middel gebonden om het echter te laten lijken. Echter, ondertussen is het papier helemaal verfrommeld, de meeste wol is eraf en in een poging om Beertje te repareren heeft Elian er draad omheen gebonden, die ook alweer losgaat … Maar het blijft Beertje, dingen die je liefhebt laat je niet vallen als ze gehandicapt raken …

Naast dat Elian Beer en Beertje erg nodig heeft, vertoont hij erg overprikkeld gedrag. Hij stuitert alle kanten op, heeft lawaai, is ongehoorzaam, loopt vaak weg als we met hem proberen te praten, is nauwelijks aanspreekbaar. Helaas doet hij ook elke dag Marie of Rowan pijn, soms meerdere keren per dag. ’s Avonds gaat hij niet slapen, maar roept vaak. Maar ach, dat hoort er allemaal bij en is eigenlijk wel normaal, in de week na zijn verjaardag.
Echter, een week later blijft hij zich hetzelfde gedragen. Normaal geeft zijn verjaardag niet zó lang naweeën.
Op woensdag maakt hij met zijn begeleidster nog een knuffel; hij plakt gewoon een papieren gezichtje op een bol wol en bombardeert het ding tot Artie. Beer, Beertje én Artie moeten mee naar bed.
Donderdagavond, een kwartier nadat hij echt moet gaan slapen, komt hij naar beneden. Artie is stuk en die moeten we maken.
‘Elian, het is na je bedtijd, we gaan hem nu niet meer maken. Je moet nu echt gaan slapen,’ zeggen wij.
Dat werkt totaal niet. Elian kruipt wel weer in zijn bed, maar daar zet hij het op een huilen. Zó hard, dat Martin toch weer naar hem toegaat. Echter, wij zijn zeer consequente ouders, dus Martin kan niet zeggen dat we Artie toch repareren. Gelukkig komt Elian zelf met een oplossing: op Rowans kast ligt nog een poesje dat hij eens heeft gemaakt, dat wil hij dan wel hebben. Ze halen het poesje, een getekende en uitgeknipte kat, en Elian gaat slapen met Beer, Beertje en Poes.
Als Elian op vrijdag naar bed gaat, knutselt hij twee tellen voor het slapengaan weer een knuffel in elkaar. Hij pakt een theedeksel, een sok en een veter, bindt dat allemaal aan elkaar, en tadáá: Toon is geboren.
Martin pakt Toon meteen af en zegt dat Elian hem niet mee naar bed mag.
Weer  huilt Elian in bed. ‘Toon, ik wil Toon terug!’
Door de babyfoon geven we aan dat hij Toon niet krijgt. ‘Je hebt al drie knuffels en maakt nu elke dag een nieuwe. Dat kan echt niet,’ leg ik uit.
Dom van me natuurlijk, want nu geef ik een ingang, iets waar hij tegenin kan gaan: ‘Ik wil alleen Toon, NU! Dan ga ik morgen niet weer een knuffel maken!’
‘Je krijgt Toon niet.’ Meer woorden maken we er niet meer aan vuil.
‘Als ik Toon niet krijg, dan ga ik morgen een nieuwe knuffel maken en neem ik die mee naar bed, en anders niet!’ probeert Elian het met dreigen.
We reageren niet.
Uiteindelijk ligt Elian ongeveer een uur huilend in bed … Maar wat moeten we dan? Elians bed ligt altijd heel vol. Naast de knuffels, die hij in zijn armen houdt, ligt er in zijn bed altijd een bak vol met Carsauto’s, twee
Deze spullen liggen standaard in Elians bed
losse grote Carsauto’s, een stapel petten en twee lampjes. We hebben altijd gezegd dat zijn bed niet nog voller mag en het houdt een keer op.
Ook vraag ik me af of het niet beter is om zijn liefde voor dingen een beetje af te remmen. Zeker weten doe ik dat niet, want ze geven hem ook houvast, maar ja, bij hoeveel “knuffels” leggen we dan de grens?

Als we de oorzaak nu eens wisten … Daar denken we natuurlijk over na, want Elian blijft de hele week overprikkeld gedrag vertonen. Ook steekt hij Rowan aan, als hij druk is, die vervolgens ook erg druk en lawaaiig is. Daarnaast hangt Elian dus sterk aan levenloze knuffels …
Dinsdagavond had Elian zwemles. ’s Middags kwam ik erachter dat ik de kleren waarin hij altijd zwemt, nog niet had uitgewassen. Ik bereidde hem er op voor dat hij andere mee zou krijgen. Hij protesteerde heftig, maar zei uiteindelijk toch: ‘Oké.’ Toen zwemjuf Susan met hem ging zwemmen, zei ze dat ze gingen proberen in een groepje te zwemmen. Dat wou Elian niet. De andere zwemkleren wou hij ook niet aan. Uiteindelijk kostte het Susan tien minuten om Elian naar het zwembad te krijgen en nog eens tien minuten om hem in het water te krijgen, waarna ze de rest van de les vooral met hem aan het worstelen was. Steeds beloofde ze hem: ‘Als je nu een baantje schoolslag zwemt, mag je daarna “paardje rijden”.’ Dat laatste vindt Elian dus leuk. Susan heeft dat zo’n 200 keer gezegd (en werd door ouders van andere kindjes, die haar zagen, geprezen om haar geduld). Hij heeft misschien twee baantjes gezwommen. Dat kan hij natuurlijk veel beter, hij heeft onlangs zijn zwemdiploma A gehaald.
Maar zou hij door één zo’n les zo ontwricht zijn dat hij zo blijft stuiteren?
Ik neem contact op met juf. Zij vertelt dat Elian sinds zes weken naast een jongetje zit, dat net zo rustig is als Elian.
Ik schiet in de lach. ‘Ja, u ziet hem natuurlijk als zijn medicijnen werken.’
‘Dat is waar,’ geeft ze direct  toe. Ze vertelt verder dat Elian met dat jongetje veel lol heeft, dat hij wel iets drukker is en dat hij de laatste tijd weer meer geluiden maakt, waar hij net een beetje van af was. Bijzonderheden zijn er niet echt. Wel is er deze week gestart met extra aandacht voor lezen, wat hij in een groepje met de klassenassistente doet.
Ook wat school betreft zijn er dus geen ernstige bijzonderheden.
Meestal weten we bij Elian redelijk wat de oorzaak van zijn gedrag is en hoe we ermee om moeten gaan, maar deze keer tasten we in het duister. Ook kunnen we best een week met zijn overprikkelde gedrag omgaan, maar we merken dat wij zelf onderhand in een toestand raken die je wellicht ook overprikkeld kan noemen. We schreeuwen tegen Elian en ik schreeuw zelfs tegen manlief …

Ik bel oma Ria, of zij alsjeblieft volgend weekend op Elian wil passen. In één-op-ééncontact is hij meestal prima en wij zitten er tamelijk doorheen. Ze vindt het goed. Het neemt niet de oorzaak voor Elians gedrag weg, maar misschien kunnen we dan een beetje opladen.
En ik neem me voor om een prachtig nieuw Beertje voor Elian te maken. Hopelijk is dat dan voldoende om zijn behoefte aan levenloze knuffels te vervullen. Alleen moet ik daar eerst nog de energie voor vinden …

Sunday, April 7, 2013

Klimboom

Aangezien het heerlijk weer is, besluiten Martin en ik niet alleen om met de kinderen naar het Stadspark te gaan, maar zelfs om de ongeveer zeven kilometer ernaartoe fietsend af te leggen. Elian en Marie fietsen zelf, Rowan mag prinsheerlijk bij Martin achterop.
Als we nog niet eens halverwege zijn klaagt Marie al dat haar benen zo’n pijn doen en dat ze zo moe is. Martin duwt haar. Elian horen we niet. Pas als we er zijn, zegt hij: ‘Zo, dat was best een eindje fietsen!’ 

Bij de speeltuin gaan Martin en ik op een houten bank zitten. Elian en Rowan inspecteren meteen de nieuwe klimrekken, vanachter de hekken die er nog omheen staan. Daarna verkennen ze de speeltuin samen. Ondertussen gaat Marie op een draaiding en daarna op de schommel. Dan komt ze er aangesloft en ploft naast mij neer. ‘Mama, ik verveel me.’
‘Je kunt ook lekker met papa en mij kletsen,’ reageer ik. Mijn voorstel wordt niet laaiend enthousiast ontvangen.
Elian en Rowan staan weer bij de hekken bij de nieuwe klimrekken. Ze hebben takken in hun handen en gooien die tegen de klimrekken. Martin gaat naar ze toe.
‘Mag ik naar de klimbomen?’ vraagt Marie. Dat zijn twee bomen een eind verderop die we zo genoemd hebben, omdat je er goed in kan klimmen.
‘Dat is goed,’ ga ik akkoord. ‘Wacht maar even tot papa terug is, dan zeg ik hem dat ik met je mee ga.’
Martin is druk bezig de jongens aan te spreken, niet alleen op het gooien van de takken, maar ook op het wegrennen dat ze daarna deden, terwijl Martin had gezegd dat ze moesten blijven staan. Dan keert hij naar ons terug. Als ik hem vertel dat ik met Marie naar de klimbomen ga, zegt hij dat Elian misschien ook mee wil. We overleggen met de jongens over wat zij willen.
Rowan roept direct dat hij naar de dieren wil. Elian twijfelt. Hij houdt van de dieren, maar ook van klimmen.
‘Ga dan eerst met ons mee naar de klimbomen, dan gaan we daarna naar de dieren,’ suggereer ik.
Dat vindt hij een goed plan.
‘Ik herinner me trouwens dat ik wel eens in die bomen heb moeten klimmen,’ zegt Martin.
‘Ik ook wel eens.’ Ik herinner me die middag dat Elian niet weer naar beneden durfde heel goed zelfs, ik heb er toen nog over geblogd. Maar Elian is nu een jaar ouder en het is vaker goed gegaan dan niet, dus ik maak me niet druk.
Een poos later maak ik me wel druk. Elian is heel hoog in de boom geklommen, want dat vindt hij leuk, maar hij durft niet weer naar beneden. Marie geeft hem aanwijzingen die hij niet durft op te volgen. Ik besluit de boom in te klimmen. Als ik vlak onder hem ben, geef ik precieze instructies waar hij zijn handen moet laten en waar zijn voeten.
‘Misschien kun je die voet beter daar op die tak zetten,’ zegt Marie.
‘Marie, bemoei je er niet mee!’ snauw ik haar af. ‘Als wij verschillende dingen gaan roepen, raakt hij alleen maar in de war. De boom uit, NU!’
Gelukkig doet ze braaf wat ik zeg.
Ik heb de grootste moeite met Elian naar beneden krijgen. Het gaat heel langzaam. Ik moet zelf op een veilige plek staan, dicht genoeg bij hem om hem op te kunnen vangen, en op zo’n manier dat Elian er zelf ook nog langs kan, waarbij ik hem moet aangeven hoe dat dan moet. Ondertussen jammert Elian steeds van angst, wat mijn concentratie niet echt bevordert. Steeds probeer ik hem gerust te stellen door dingen te roepen als: ‘Rustig maar, het gaat goed, ik ben bij je.’
Ongeveer een meter lager dan waar hij zat, wordt het echt moeilijk. Hij zit op zo’n dunne tak, dat hij doodsbenauwd is. Over zijn benen buigt een andere dunne tak. Op de één of andere manier moet hij daar onderdoor. Hij durft niet te doen wat ik zeg, hoe ik hem ook probeer gerust te stellen.
‘Marie, ga papa maar halen,’ instrueer ik Marie.
Ondertussen ga ik verder met mijn reddingspogingen. Misschien moet ik naar de andere kant van de boom en daar de mogelijkheden bekijken. Ik moet dan echter wel even zo ver bij Elian vandaan, dat ik hem niet kan opvangen als hij valt. Ik besluit dat te doen. Zijn gejammer verdrievoudigt.
Aan de andere kant zie ik ook niet zo goed hoe ik hem naar beneden moet praten. Het zweet breekt me uit. Ik overweeg serieus om een voorbijganger om hulp te vragen, maar vind dat ik me niet zo aan moet stellen; Martin is immers onderweg. Maar waar blijft hij?
Dan hoor ik Marie: ‘Papa is er!’
Ik klim de boom weer uit en Martin klimt erin. Hij kan iets wat ik niet kan: Elian over takken heen tillen. Met geduld, geruststellende woorden en een paar keer Eian een tak omlaag tillen, krijgt hij Elian de boom weer uit.
Met ons allen lopen we weer veilig naar de speeltuin.
‘Gaat het, Elian?’ vraagt Martin.
Elian rilt nog een beetje na en zegt: ‘Volgende keer kies ik toch de dieren.’