Friday, April 22, 2011

Zomerkleren

Elke keer als we deze week aan Elian vragen of hij een t-shirt met korte mouwen aan wil, schudt hij zijn hoofd en roept met een boos gezicht: ‘Nee!’ Deze reactie hadden we verwacht, want verleden jaar verliep de overgang naar zomerkleding erg moeizaam. We hebben destijds van tevoren aangekondigd vanaf wanneer hij met korte mouwen moest rondlopen. De eerste dag kregen we het t-shirt niet bij hem aan en is hij uiteindelijk in zijn hemd naar school gegaan. Zijn driftbui, waarbij hij schopte, sloeg en krijste, duurde vanaf van het moment dat we probeerden het t-shirt aan te doen tot een kwartier nadat ik hem aan zijn juf had overhandigd. De dagen daarna moest hij ook, geleidelijk aan, zijn sandalen en zomerjas leren dragen.
Afgelopen woensdag hingen we een foto van Elian in een t-shirt met korte mouwen bij morgen op de weekkalender en legden uit dat hij vanaf morgen geen shirts met lange mouwen meer aan mag. Hij was het er niet mee eens. Gister was de foto onvindbaar, meneer had hem er in een boze bui vanaf getrokken.
Vandaag loopt Elian in huis rond in een lange broek, shirt met dito mouwen en zijn pet, waar hij al maanden onafscheidelijk van is. Ik stel voor om een “rondje om de vijver” te doen, hij op zijn skelter en ik lopend. Dat is een rondje dat we vaker lopen. Hij vindt het goed en trekt zijn winterjas aan, met de muts over zijn pet. Daarna pakt hij regenlaarzen.
‘Doe maar even je gewone schoenen aan,’ zeg ik, ‘laarzen zijn te warm en deze zijn ook te klein.’
Hij weigert. Ik heb geen zin de strijd aan te gaan, binnenkort moet ik die ook al leveren vanwege de sandalen.
Buiten skeltert hij langs kinderen uit de buurt, die in zomerkleding en bikini een watergevecht houden … Hij lijkt net zo’n warmtetolerantie te hebben als pijntolerantie. (Zo was hij een keer op zijn voet gevallen. Bij de dokter moest hij springen. Hij kromp ineen van pijn, maar gaf geen kik. Een andere keer kwam hij binnen bij zijn groep en liet een dikke plek op zijn hand zien. ‘Mag ik een pleister?’ vroeg hij. Bleek hij door een wesp gestoken te zijn.)
Halverwege het rondje zet hij de muts van zijn jas af.
‘Zo zo,’ zeg ik, ‘doe je je muts zomaar af?’
‘Ja,’ knikt hij. ‘Weet je waarom? Mijn hoofd is zo warm en ik wil dat de wind even langs mijn hoofd blaast.’ Hij zet ook zijn pet af, zodat de wind zijn ding kan doen.
‘Ja, warm is het, hè? Je mag ook je jas uitdoen, hoor.’
‘Dat doe ik als we aan het eind van dit straatje zijn.’ Aan het eind van het straatje doet hij dat inderdaad. Misschien dat het toch een beetje meevalt met zijn warmtetolerantie. ‘Weet je waarom ik eerst geen korte mouwen aan wou?’ vraagt hij. ‘Omdat ik niet wist of ik ze wel mooi vond.’
‘We kunnen straks wel even in je kast kijken welke shirts je nog hebt,’ zeg ik. ‘Ik weet alleen niet zo goed welke nog passen en welke niet.’
‘Als we thuis zijn pas ik ze,’ zegt Elian toe.

Eenmaal thuis wil Elian direct zien welke shirts hij heeft. Hij past er een aantal op de zolderkamer, waarbij hij precies in de zonnestralen, die door het raam naar binnenkomen, gaat staan.
‘Je hoeft ze niet allemaal te passen,’ probeer ik hem gerust te stellen.
Dat stelt hem juist niet gerust. ‘Nee, ik zei toch dat ik ze allemáál zou passen?’ zegt hij bozig.
Een poos later heeft hij maar liefst twintig shirts gepast. Ze zitten allemaal goed.
Ik denk dat het morgen goed zal gaan. Hij heeft in ieder geval shirts genoeg die op hem wachten!

0 comments:

Post a Comment