Wednesday, July 20, 2011

Nieuwe school

Vandaag mag Elian zijn nieuwe school bekijken. Een uurtje zal hij in de klas zitten waar hij het komend schooljaar geplaatst is. Hij maakt kennis met zijn juf en zijn klasgenoten.
Vanochtend merken we meteen dat hij het erg spannend vindt. Hij is druk, stuitert in zijn pyjama letterlijk alle kanten op en eet zijn brood niet op. Het enige wat hij wil is met zijn auto’s spelen.
‘Straks ga je je nieuwe klas bekijken, hè?’ breng ik hem in herinnering wat we hem de hele week al elke dag verteld hebben en wat natuurlijk op de weekkalender staat.
Hij holt naar boven. Op zijn kamer kruipt hij nors kijkend in een hoekje. ‘Ik wil alleen naar de nieuwe school kijken. Ik wil niet in de klas blijven, ik wil  meteen weer weg!’
Ik aarzel over mijn antwoord. Als ik zeg dat dat goed is, krijg ik hem wel makkelijk mee, maar lieg ik en zitten we straks bij de school met de problemen. Benadruk ik dat hij in de klas móét blijven, dan wordt hij boos, boos, boos. Dus gooi ik het over de empathische, overredende boeg. ‘Lieverd, ik begrijp dat dit allemaal heel spannend voor je is. Het is ook spannend, zo’n nieuwe klas. Maar weet je, we gaan juist nu al kijken, zodat het straks als je naar school gaat minder spannend is. Als we dit nu niet doen, vind je het als je naar school moet net zo spannend als je het nu vindt, en je moet toch naar school.’
‘Ik ga dat niet doen, ik ga direct weer weg!’ Hij houdt zijn hoofd gebogen en slaat zijn armen over elkaar.
Het is negen uur ’s ochtends, Martin moet nog onder de douche en we willen om half tien weg, want de bijeenkomst is van tien tot elf. Ik besluit met Martin, die beneden achter de laptop aan het werk is, te overleggen. ‘Martin, je moet stoppen met werken, Elian wil niet naar school en ik zal je nodig hebben om hem mee te krijgen. Het is waarschijnlijk het handigst als jij eerst douchet en dat we hem dan samen aankleden.’
‘Ik ga eerst wel even met hem praten,’ zegt Martin.
Op Elians kamer neemt Martin Elian op schoot. Hij aait hem en spreekt hem troostend toe. ‘Ja, het is spannend, naar je nieuwe klas kijken. Dat begrijpen we wel.’ Hij blijft tegen Elian praten, terwijl hij hem aait en kusjes geeft.
Elian krult zich helemaal op. Hij kijkt nog boos, maar lijkt de aandacht heerlijk te vinden.
Na een minuut of tien geeft Martin aan dat hij nu echt moet douchen. Elian wil hem niet loslaten. Martin probeert zich uit Elians grip te bevrijden. ‘Elian, ik moet nu echt douchen. Ik tel tot tien en dan ga ik je loslaten. 10, 9 …’
Elian laat hem niet los, maar begint hem te slaan.
‘Ik hoef nu toch niet boos op je te worden?’ vraagt Martin. ‘Ik wil je best naar de badkamer tillen, maar ik ga nu echt douchen.’
Elian holt ervandoor, naar onze slaapkamer, waar hij het beddengoed van ons bed afsloopt. Hem daar op aanspreken helpt niets.
Aangezien de tijd begint te dringen, loop ik naar beneden, waar ik wat spullen pak die mee moeten en kleren pak voor Elian.
Boven zie ik dat hij een enorme troep heeft gemaakt. Dat negeer ik maar. ‘Elian, ik ga je nu aankleden.’
‘Nee, neeeeee!’ gilt hij.
‘Je kunt meewerken, of papa en ik kunnen je straks samen aankleden. Het is handiger als je meewerkt, maar hoe dan ook, je wordt aangekleed, want we nemen je niet in je pyjama mee.’
Elian komt niet verder dan en soort gromgeluiden. Ik wurm zijn onderbroek en pyjamabroek uit. Hij werkt tegen, maar niet zo hard dat het me niet lukt. Soms word ik in dit soort situaties boos, spreek hem vermanend toe en kleed hem goedschiks dan wel kwaadschiks aan. Die methode werkt echter niet goed en Elian doet dit niet om dwars te zijn, maar omdat hij het eng vind, dus nu doe ik het anders: ik maak er een spelletje van. Steeds kietel ik hem of geef ik hem kusjes. Dit vindt hij zo grappig dat hij wel zijn best doet om boos te blijven kijken, maar daar niet echt in slaagt. Steeds als hij ontspannen lacht doe ik voorzichtig een deel van een kledingstuk aan. En als het even wat lastiger gaat omdat hij tegenwerkt, roep ik: ‘Nee, ik krijg dit kledingstuk niet aan! Iemand werkt tegen! O nee, o nee, hoe moet dit nou? Ja, ja, ik probeer het, jaaaaaaaaaa, de mouw heb ik!’
Uiteindelijk doe ik er een kwartier over om zijn kleren aan te krijgen.
Beneden helpt de inmiddels gedouchte Martin mee om Elians schoenen aan te doen. We stappen in de auto, want ondertussen is het half tien.
Elian stapt direct weer uit. ‘Ik ga niet mee!’
‘Je gaat wel mee,’ zegt Martin. ‘Je kunt zelf achterin zitten, of ik kom naast je zitten. Kies maar.’
Elian is het niet gewend dat een volwassene naast hem zit, dus hij kiest eieren voor zijn geld en gaat toch maar weer zitten.
Zodra de auto rijdt trekt hij zijn sokken en schoenen uit. De hele rit zit hij met opgetrokken knieën.
Als we de auto geparkeerd hebben, hoeft Elian niet op Martins nek, hij wil zelf lopen. Hij houdt Martins hand beet, maar weigert die van mij. Hij loopt heel dicht bij papa.
Wanneer we bij zijn klas aankomen, zitten de meeste leerlingen al braaf achter hun tafeltje. Sommige zijn aan het tekenen. Er is maar één ouder, de andere ouders zijn al naar de zaal waar de directeur zo meteen een praatje houdt. We verbazen ons eigenlijk een beetje, want hier zitten toch allemaal kinderen die niet in het reguliere onderwijs terechtkunnen, maar Elian lijkt het hier het meest moeilijk te hebben.
Hij weigert om op zijn stoel te gaan zitten en klemt zich vast aan Martin, die hem op schoot neemt. Elian schermt zijn ogen af, beschermt zich letterlijk voor alle prikkels die op hem afkomen.
Martin praat op hem in dat wij zo echt even weggaan. Elian zit opgekruld op Martins schoot en blijft zijn handen voor zijn ogen houden.
Ik ga naar de wc, waar ik mijn neus eens flink snuit. De mensen hoeven niet te zien dat ik wel kan janken, omdat Elian het zo moeilijk heeft; Elian zelf zou het ook niet helpen.
Als ik terug ben in de klas trekt Martin Elians armen van hem af. Elian mag kiezen, hij mag op zijn eigen stoel gaan zitten of bij zijn nieuwe juf op schoot. De juf kent hij natuurlijk niet, dus met veel moeite krijgt Martin hem op de stoel. Terwijl de overige kinderen een kring vormen, gaat de klasse-assistente bij Elian zitten. Wij vertrekken.
Hoewel we prima op tijd waren, komen we als allerlaatsten de zaal in waar de directeur het woord neemt.
Na ruim drie kwartier luisteren naar verschillende medewerkers van de school, halen we Elian weer op. Vanuit het gangetje gluren we door het raam naar hem. Hij heeft zijn jas nog aan en heeft rode wangen, maar kijkt wel blij. Op zijn tafeltje ligt een dinosaurus, die hij aan de hand van papieren instructies kan maken. Dat is echt iets voor hem. Zelf heeft hij bionicles, stoere poppetjes van Lego, die hij helemaal zelf in elkaar kan zetten.
Van de klasse-assistent horen we dat Elians handen vrij snel voor zijn ogen weggingen. Hij wilde niet in de kring, maar dat hebben ze maar gelaten.
Op onze vraag wat hij ervan vond, roept Elian: ‘Leuk!’
Buiten loopt hij huppelend tussen ons in. Ook ik mag nu een hand.
‘Nou, ik hoefde alleen maar aan mijn tafeltje te zitten, dat was helemaal niet spannend!’ vertelt hij uitgelaten.
‘Ben je blij dat je heen geweest bent?’ vraag ik.
Hij knikt.
Elian die een verandering accepteert, dat is altijd een hele overwinning.

0 comments:

Post a Comment