Mijn vraag, die spontaan bij me opkomt tijdens het sleeën, wordt door alle kinderen met een volmondig ja beantwoord. Martin eet ’s avonds niet mee. Hij houdt niet zo van patat en de kinderen wel, dus het is een ideale dag om dat met hen te gaan eten.
‘Dan moeten we nu wel naar de winkel om patat en frikadellen te halen,’ vertel ik. ‘Wie zich goed gedraagt, eet vanavond frietjes!’
Met Elian neem ik nog even door wat zich gedragen ook alweer inhoudt, want het is een poosje geleden dat hij mee is geweest naar een winkel. Hij komt niet verder dan ‘bij mama blijven’.
‘En niet gillen, nergens op klimmen, niets pakken en je niet op je knieën op de grond laten vallen,’ breng ik hem in herinnering.
‘O ja.’
We rijden met de auto naar de winkel en stappen uit. Marie en Rowan lopen met me mee, Elian blijft bij de auto hangen.
‘Elian, kom je?’ roep ik.
Geen reactie.
‘Elian, gehoorzamen hoort er ook bij, hè? Je moet nu komen.’
Na deze extra aanmaning loopt hij braaf mee.
Pas als ik binnen in de rij voor de kassa sta, zie ik dat hij niet alleen meegelopen is: hij houdt een dik brok ijs in zijn handen. ‘Dat kun je niet meenemen de winkel in,’ zeg ik tegen hem. ‘Ga het maar even buiten gooien, en kom daarna maar weer binnen.’
Hij gaat naar buiten, en blijft daar. Door de ramen van de winkel kan ik hem gelukkig zien.
Als we met de boodschappen naar de auto terugkeren, sjouwt Elian het blok ijs mee.
‘Dat mag je niet in de auto leggen, hoor,’ waarschuw ik hem.
Hij kijkt onmiddellijk boos. ‘Maar ik wil hem meenemen!’
‘Dat kan niet, als je hem in de auto legt, smelt hij,’ leg ik uit.
Hij blijft nukkig kijken en slentert wat rond bij de auto, terwijl Marie, Rowan en ik instappen.
‘Als je hem in de auto legt, krijg je geen patat, hoor.’
‘Ik leg hem niet in de auto!’ zegt hij.
Toch komt hij wel zo over.
‘Mam, hij heeft hem in de deur gelegd, hoor,’ zegt Marie.
‘Nietes!’ ontkent Elian.
‘Wat is dat witte dan?’ vraagt Marie.
‘Een papiertje.’ Elian laat het zien. ‘Zie?’ Daarna kijkt hij steeds naar de achterkant van de auto.
‘Volgens mij heeft hij hem wel, hoor,’ zegt Marie.
‘Blokkie! Blokkie gaat mee!’ roept Elian enthousiast. Hij blijkt het blok ijs bovenop de kofferbak te hebben gelegd. ‘Blokkie is mijn vriendje. Ik laat hem niet in de steek.’
Ik glimlach, omdat hij het ijs een naam heeft gegeven en het keurig niet in de auto heeft gelegd.
Thuis laat ik per ongeluk de kofferbak wat te hard omhoog komen. Blokkie ligt in tweeën.
‘Dat geeft niets,’’ zegt Elian rustig, dan neem ik beide stukken wel mee.’ Hij legt ze in de tuin. Nu moeten we eten, morgen moet hij naar school en de opvang, maar zaterdag kan hij er dan mee spelen.
“Kan zich hechten aan materiële dingen” staat er vaak in boeken over autisme. Heel herkenbaar. Ballie, Lampie, Beertje en nu Blokkie: Elian heeft achtereenvolgens heel wat “echte vriendjes”!


0 comments:
Post a Comment