Wednesday, October 19, 2011

Jaloers

Het stel met wie ik kennismaak, omdat ik het zal trouwen, heeft op veel plaatsen gewerkt.
‘Wij zijn niet van die bankzitters,’ vertelt de vrouw. ‘Ook in de vakantie niet. We nemen onze kinderen gewoon mee overal naartoe, dan bedenken we spontaan waar we heen gaan. Afgelopen zomer liep dat een beetje uit de hand, onze kinderen stapten ’s ochtends in de auto en vroegen: “Waar gaan we vandaag naartoe?”’
‘Goh, wat fijn dat dat allemaal kan,’ zeg ik. Naast mij verschijnt ongewild een groen monster.
De vrouw knikt. ‘Ja, dat gaat heel goed. We waren dit jaar op vakantie in Italië. De kinderen mochten kiezen of we naar huis gingen en onderweg in een hotel zouden overnachten, of dat we nog een dag op de camping zouden staan en dan in één ruk naar huis zouden rijden. Ze kozen het laatste. In zeventien uur zijn we toen naar huis gereden, met slechts twee pauzes, één voor de lunch en één voor het avondeten. De kinderen gedroegen zich uitstekend.’
Ik denk aan ons recente ritje naar een plaats hier nog geen twee uren rijden vandaan. Nog in onze straat moesten we al stoppen, omdat Elian een driftbui had.
Het groene monster is ondertussen gigantisch en ontwikkelt vlijmscherpe tanden. Snel ga ik over op een ander onderwerp.

’s Avonds vertel ik Martin over de jaloerse gevoelens die dit gesprek bij mij opriepen.
‘Ach, je moet je daar niet zo druk om maken,’ is zijn houding, zoals altijd.
Hij heeft gelijk, dat had ik ook al bedacht. Ik ben serieus, echt waar, heus, steeds beter in het accepteren van het onontkoombare. En weet je wat? Als wij thuiskomen van een, uiteraard zorgvuldig gepland, dagje uit en alles is die dag helemaal goed gegaan, dan vieren wij die dag feest. Dat heeft dat stel natuurlijk niet!

0 comments:

Post a Comment