Aangezien autisme erfelijk is, proberen Martin en ik onszelf ook weleens vanaf een afstandje te bekijken, om te beoordelen of wij ook autistisch zijn. Nu heeft elk mens in meer of mindere mate autistische trekjes, maar wanneer spreek je nu echt van autisme? Wij hebben absoluut niet de indruk dat wij voor een diagnose in aanmerking zouden komen, maar zijn ons natuurlijk meer dan anderen bewust van trekjes die als autistisch gezien zouden kunnen worden.
Meestal zijn we het erover eens dat Martin daar de meeste van heeft. Hij is niet erg sociaal te nemen, onderhoudt nauwelijks contact met zijn familie en denkt nooit aan verjaardagen. De meeste vrienden die hij al had voordat wij een relatie kregen, heeft hij niet meer. Toen wij net bij elkaar waren was ik namelijk degene die hem stimuleerde dat hij nu toch echt eens contact op moest nemen met deze of gene vriend(in). In de loop der tijd hield ik daarmee op en daarmee hielden ook die vriendschappen op.
Zelf ben ik best star wat mijn eetpatronen betreft. Als ik bijvoorbeeld wortels eet, hoort daar vis bij. Eet ik eens karbonade bij worteltjes, dan voelt dat heel vreemd, alsof ik iets doe wat eigenlijk niet kan. Zo zijn er meer combinaties die er tijdens mijn opvoeding bij mij ingestampt zijn.
Waar het om schoenen gaat, ben ik al helemaal niet flexibel. Je zou niet zeggen dat ik een vrouw ben, want al vanaf de allereerste keer dat ik laarsjes mocht kopen, koop ik iedere keer enkellaarzen en hogere laarzen die sterk lijken op voorgaande paren. Het is zelfs zo dat ik mijn nieuwste paar eens trots aan een vriendin toonde en zei vroeg: ‘Zijn dit echt nieuwe?’
Gister gingen Martin en ik schoenen kopen. Zoals gebruikelijk haalde ik steeds hetzelfde type laarzen van de schappen en Martin begon weer over mijn autisme. Hoewel we namelijk soms serieus naar onze trekjes kijken, maken we er vaak ook grapjes over. Als één van ons ergens star over is, roept de ander: ‘Stomme autist!’ en lachen we erom. Wij vinden dat je overal de humor van moet inzien.
Bij het shoppen koos ik uiteindelijk voor, hoe kon het ook anders, zwarte enkellaarsjes.
In de rij voor de kassa riep ik enthousiast uit: ‘Ze zijn heel lekker warm van binnen! Ik heb mijn hele leven nog nooit zulke warme laarsjes gehad! En hoor je hoe blij ik daarmee ben?’ vroeg ik aan Martin. Wij lagen in een deuk.
Een meisje dat ook in de rij stond, keek ons met gefronste wenkbrauwen aan. Ze vond ons vast een beetje wereldvreemd, met die gekke humor.
Sunday, October 23, 2011
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
0 comments:
Post a Comment